Het offer van de arme weduwe – Een kwestie van context

Marcus 12:41-44 (NBV 2004)

“Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek hoe de mensen er geld in wierpen. Veel rijken gooiden veel geld in de kist. Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide, ter waarde van niet meer dan een quadrans. Hij riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben gegooid; want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud.”

In zijn commentaar op het boek Marcus beschrijft English het korte verhaal over de arme weduwe als een hartverwarmend slot van hoofdstuk 12 van het boek Marcus.[1] DiCicco beschrijft het brengen van het offer door de weduwe bovendien als een genereuze en prijzenswaardige daad.[2]

Wright vraagt zich echter af hoe wij zouden reageren als wij dit in het echt zagen gebeuren. Als wij een arme weduwe zouden zien die haar laatste geld gaf aan religie. Zouden wij dat dan niet weerzinwekkend vinden? En zouden wij zo een daad niet zien als misplaatste vroomheid omdat de weduwe haar eigen noden zou negeren?[3] Zij gooide immers haar hele levensonderhoud in de offerkist. Levensonderhoud betekent geld waarvan zij eten en drinken had moeten kopen, welke zij thuis niet had. We hebben het met noden dus over essentiële zaken om in leven te blijven, niet over luxe.

Tussen de twee hierboven beschreven meningen die men kan hebben over het verhaal zit een wereld van verschil. Deze verschillen ontstaan door de verschillende Bijbelse contexten die men bij het verhaal betrekt. Hiervan zal ik het volgende bespreken:
•    Teksten over vrijgevigheid
•    De discipelen die uit waren op beloning voor hun werk
•    Jezus’ kruisiging
•    De arme weduwe bij Sarefat
•    Jezus’ aanval op de korban-praktijk
•    De wet
•    De aanklacht tegen en veroordeling van de tempel en de Schriftgeleerden

Teksten over vrijgevigheid

In het verhaal over het offer van de arme weduwe stelt Jezus, dat de weduwe meer in de offerkist heeft gedaan dan de anderen. Omdat zij haar hele levensonderhoud gaf, terwijl de anderen alleen maar uit hun overvloed gaven. Dit kan gezien worden als een standaard die betrekking heeft op geven. Maar hoe luidt deze standaard? Want er zijn meerdere standaarden die men aan de hand van dit verhaal kan bedenken. Ik beschrijf hieronder vier.[4]

De eerste standaard luidt, dat men de grootte van verschillende giften niet kan vergelijken met de hoeveelheden die mensen geven. Maar door te vergelijken hoeveel bezit er bij mensen achterblijft. Een andere manier om dit uit te drukken is, door te zeggen dat men kan vergelijken hoeveel procent van hun bezittingen mensen weggeven. De mensen die het grootste percentage van hun bezittingen weggeven zijn dan de grootste gevers.

Hieruit vloeit dan voort dat mensen moeten geven naar hun vermogen. Zoals Paulus dit vraagt van de mensen in 1 Korintiërs 16:2 (zie ook 2 Kor. 8:11-12). En zoals Jezus stelde dat van hen die veel hebben gekregen ook veel verwacht wordt (Luc. 12:48).[5]

De tweede standaard luidt, dat het de houding van de gever is die telt bij het bepalen van de waarde van een gift (vgl. 2 Kor. 9:7). En niet zozeer de hoeveelheid. Men ziet de weduwe dan als iemand die zichzelf overgeeft, terwijl de rijken alleen geven om hun ego te bevredigen.

De derde standaard luidt dat de ware gift is, het geven van alles dat wij hebben.[6] Zoals Jezus dit vroeg van de rijke jongeling in Marcus 10:17-22, die hij weigerde te doen.[7] En zoals Jezus dit later zelf aan het kruis zou doen.

De vierde standaard is dat mensen überhaupt aalmoezen moeten geven. Ook als zij arm zijn, en met de arme weduwe als voorbeeld. Zo wordt de arme weduwe door sommigen zelfs beschreven als “the patron saint of stewardship sunday”. Geprezen om haar vrijgevigheid. En als aanmoediging gezien om te geven zelfs als het pijn doet.[8]

Ongeacht de vraag welke van deze standaarden de correcte is. Leert de arme weduwe ons iets over geven. Namelijk dat de hoeveelheid geld of middelen die iemand doneert niet de maatstaf is die God hanteert in de vraag hoeveel iemand geeft.

De discipelen die uit waren op een beloning voor hun werk

Marcus 10:35-37
“Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen bij hem en zeiden: ‘Meester, we willen dat u voor ons doet wat we u vragen.’ Hij vroeg hun: ‘Wat willen jullie dan dat ik voor je doe?’ Ze zeiden: “Wanneer u heerst in uw glorie, laat een van ons dan rechts van u zitten en de ander links.”

Wanneer Jakobus en Johannes aan Jezus vragen om hen aan Zijn linker- en rechterhand te laten zitten leidt dit tot woede bij de andere discipelen (Mar. 10:41). Waarop Jezus de discipelen leert dat zij hun macht niet mogen misbruiken tegen elkaar, maar elkaar moeten dienen naar Zijn eigen voorbeeld (Mar. 10:42-45).

DiCicco beschrijft de handeling van Jakobus en Johannes als deel van een ambitieuze zoektocht naar prestige en macht. Zij wilden status krijgen, puur omdat zij fysiek dicht bij Jezus waren. Want het verhaal over de arme weduwe maakt duidelijk dat zij niet meer hebben gegeven als zij deed. Hiernaast hebben zij ook niet begrepen dat iedereen die Jezus’ wil doet Zijn broer, zuster en moeder is (Mar. 3:34-35). En dus dichtbij Hem staat. De arme weduwe contrasteert dus sterk met Jakobus en Johannes, want zij was, op een bescheiden manier, niet uit op status.[9]

Dit verhaal van de bescheiden weduwe contrasteert sterk met dat van de leerling Petrus. Petrus stelt op een gegeven moment, dat de leerlingen alles hebben gegeven om Jezus te volgen, en dus gemakkelijk het koninkrijk van God kunnen binnenkomen (Mar. 10:23-28). Iets dat DiCicco beschrijft als een “self-serving assertion”.[10] En dat English beschrijft als opschepperij.[11]

De arme weduwe leert ons dus om nederig te zijn. En ons om het beetje dat wij hebben aan God te geven, en daar vooral niet over op te scheppen. Of te denken dat het ons beter maakt dan anderen. Of te denken dat wij hierdoor onze plaats in Gods koninkrijk verdiend hebben. De zachtmoedigen (zoals de arme weduwe) beërven namelijk de aarde (Mat. 5:5),[12] niet de opscheppers.

Jezus’ kruisiging

Marcus 8:34 (NBV 2004)


“Hij riep de menigte samen met de leerlingen bij zich en zei: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aan komen.”

DiCicco merkt op dat het verhaal over de arme weduwe direct voor het lijdensverhaal van Jezus komt. En dat het hier een voorafschaduwing van is. Hierbij is het een afbeelding van de eis die Jezus stelde aan de mensen die hem wilden volgen, namelijk om hun kruis op te nemen (Mat. 16:24).[13]Iets dat niet alleen betekent dat wij in het leven soms een zware last moeten dragen, maar dat wij ons hele leven aan Hem moeten geven om Hem te volgen.[14]

De weduwe is hier het toonaangevende voorbeeld van. Zij gaf, als een voorafschaduwing aan het offer dat Jezus voor ons zou gaan brengen, haar hele leven. Iets dat in vers 44 wordt uitgedrukt in het Griekse zinsdeel “holon ton bion autēs”. Wat vaak vertaald wordt als “haar hele levensonderhoud”, maar wat ook vertaald kan worden als “haar hele leven”.[15] Door haar hele leven te geven zette de weduwe de toon voor alle toekomstige volgelingen van Jezus en diens kruisdood.

De weduwe bij Sarefat


1 Koningen 17:8-16 (NBV 2004)

“Toen richtte de HEER zich tot Elia met de woorden: ‘Ga naar Sarefat, in de buurt van Sidon, en neem daar je intrek. Ik heb een weduwe daar opgedragen je van voedsel te voorzien.’ Elia ging op weg naar Sarefat, en toen hij bij de stadspoort aankwam, zag hij een weduwe die bezig was hout te sprokkelen. Hij riep haar en vroeg of ze een kommetje water voor hem wilde halen, zodat hij zijn dorst kon lessen. Terwijl ze wegliep om water te halen, riep hij haar na of ze ook een stuk brood voor hem wilde meenemen. ‘Zo waar de HEER, uw God, leeft,’ antwoordde zij, ‘ik heb niets meer in voorraad, alleen een handjevol meel in de pot en een restje olijfolie in de kruik. Kijk, ik heb net een paar takken geraapt om iets te eten te maken voor mij en mijn zoon. Als dat op is, zullen we van honger sterven.’ Maar Elia zei: ‘Maak u niet ongerust. Doe wat u van plan was, maar bak van wat u in huis hebt eerst iets voor mij en kom me dat brengen. Daarna kunt u voor uzelf en uw zoon iets klaarmaken, want dit zegt de HEER, de God van Israël: Tot op de dag dat ik weer regen op de aarde zal laten vallen, zal er meel in de pot zijn en zal de oliekruik niet leeg raken.’ De vrouw ging naar huis en deed wat Elia had gezegd. En ze hadden elke dag te eten, zij, Elia en haar familie. Er was meel in de pot en de oliekruik raakte niet leeg, zoals de HEER bij monde van Elia had beloofd.”

De weduwe uit het bovenstaande verhaal en de arme weduwe hebben een aantal zaken met elkaar gemeen. Zo hadden zij allebei een gebrek aan eten, de weduwe bij Sarefat door een hongersnood en de weduwe in de tempel door armoede. Maar beiden gaven zij uit geloof het laatste dat zij hadden, de weduwe te Sarefat gaf haar laatste eten aan Elia en de weduwe in de tempel doneerde haar laatste geld.

Beiden hadden dus een enorm vertrouwen op God, iets dat in het geval van de weduwe te Sarefat zelfs beloond werd; haar meel en olie raakten niet op. Dit beloningselement zien we niet direct terug in het verhaal over de arme weduwe. Maar zij kan wel als voorbeeld dienen als iemand die ook geloofde dat God voor haar zou zorgen als zij alles gaf. Net zoals de weduwe bij Sarefat hierin geloofde.[16]

Iets anders dat beide weduwen echter gemeen hadden is, dat zij beiden leefden in een tijd dat het volk Israël afvallig was, de weduwe bij Sarefat leefde namelijk in de tijd van koning Achab (1 kon. 16:29-17:1) en de weduwe bij de tempel leefde in een tijd waarin de Schriftgeleerden de wetten van God ernstig verdraaid hadden en de huizen van de weduwen verslonden.

Beide dienden dan ook als een ernstige berisping tegen de Israëlieten, de weduwe bij Sarefat doordat God ervoor koos om haar te helpen in plaats van een joodse en de weduwe in de tempel als symbool van de onderdrukking door de Schriftgeleerden.[17] Bekijken wij het verhaal op deze manier, dan zien we dat wij als gemeenten juist bereid moeten zijn om armen te ontzien. En zien wij het verhaal als aansporing om juist voor weduwen te zorgen.

We hebben hiervoor het verhaal over de arme weduwe aan de hand van een aantal contexten bekeken, waaruit men kan concluderen dat het een goede zaak was dat de weduwe alles dat zij had aan de tempel doneerde. Nu volgen er echter een aantal contexten waaruit men kan concluderen dat hethelemaal niet zo een goede zaak is (als de motieven niet God gericht zijn).

Jezus’ aanval op de Korban praktijk


Marcus 7:9-13

“En hij vervolgde: ‘Mooi is dat, hoe u Gods geboden ongeldig maakt om uw eigen tradities overeind te houden! Heeft Mozes niet gezegd: “Toon eerbied voor uw vader en uw moeder”, en ook: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden”? Maar u leert dat iemand tegen zijn vader of moeder mag zeggen: “Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn is korban” (wat ‘offergave’ betekent), waarmee u hem niet toestaat nog iets voor zijn vader of moeder te doen, en zo ontkracht u het woord van God door de tradities die u doorgeeft; en u doet nog veel meer van dit soort dingen.”

De Korban praktijk die hierboven beschreven wordt, heeft veel weg van het verhaal over de arme weduwe. Want het was een (beruchte) praktijk waarbij mensen hun ouders in de steek lieten om hun leven te wijden aan de tempel. Waarbij dus de tijd, aandacht en geld van de kinderen waar hun ouders recht op hadden, naar de tempel toegingen in plaats van naar de ouders. Dit zien we ook terug in het verhaal over de arme weduwe. Geld waarvan zij vrij zou moeten zijn om het uit te geven voor haar levensonderhoud eindigt bij de tempel.[18]

Jezus wijst erop dat de korban praktijk direct ingaat tegen het vijfde gebod. Namelijk dat mensen hun ouders moeten eerbiedigen. Hieruit kunnen we meerdere lessen trekken. Ten eerste zien we hierin één van de vele Nieuwtestamentische aansporingen aan de mensen om zich aan de tien geboden te houden. Jezus’ probleem was dus niet zozeer met de wet, deze is nog steeds een uitdrukking van Gods wil.[19] Maar met mensen die de wet verdraaien. Jezus is dus niet iemand die kwam om de wetten af te schaffen (Mat. 5:17-19). Maar (onder andere) om mensen te wijzen op die wetten.

Ten tweede zien we dat de noden van mensen voorgaan op religieuze waarden en belangen. God gaf de wet dus niet voor zichzelf, maar voor ons.[20] Iets dat we in de sabbatswet (het vierde gebod) al terugzien.[21]

Het vijfde gebod was echter niet de enige wet die gebroken werd door de Schriftgeleerden die geld eisten van de weduwen. Hieronder volgen nog een aantal andere wetten die men brak, en de consequenties die hieraan verbonden werden.

De wet

Deuteronomium 14:28-29 (NBV 2004)

“Elk derde jaar moet u het tiende deel van de opbrengst in zijn geheel afstaan en het opslaan in de stad. 29 De Levieten, die geen grond bezitten zoals u, en de vreemdelingen, de weduwen en de wezen die bij u in de stad wonen, mogen daarvan dan nemen zo veel als ze nodig hebben. De HEER, uw God, zal u erom zegenen in alles wat u onderneemt.”

In zijn commentaar op het verhaal over de arme weduwe stelt Resner de terechte vraag of de wet eigenlijk wel vroeg van mensen om alles te geven wat zij hadden. Het antwoord dat hij geeft op die vraag is een duidelijk nee, namelijk: “Not only were the widows not to give all they had to the Temple, they weren’t even supposed to tithe. In fact, they weren’t to give anything at all because they were supposed to be given sustenance from what was collected by the Temple treasury.”[22]

Weduwen hoefden dus niet te geven aan de tempel, maar werden geacht te ontvangen van de door de tempel elke drie jaar verzamelde tienden. We zien in de gift van de weduwe echter een grote moderne misvatting terug, namelijk die over de wet van de tienden. Veel kerken leren mensen dat iedereen deze moet betalen. Maar de wet maakte een duidelijke uitzondering. Armen hoefden niet te betalen. Iets dat wij terugzien in het gebod om de tiende te betalen:

Deuteronomium 14:22-23 (NBV 2004)

“Ieder jaar moet u het tiende deel van de opbrengst van uw akkers afdragen. Van de tienden van uw koren, wijn en olie en uw eerstgeboren runderen, schapen en geiten moet u een feestmaal aanrichten ten overstaan van de HEER, uw God, op de plaats die hij zal uitkiezen om er zijn naam te laten wonen. Zo leert u steeds opnieuw te leven in ontzag voor de HEER, uw God.”

We zien in de wet over de tienden terug dat eigenaren van kudden dieren en landeigenaren de mensen waren die tienden moesten betalen. Dit waren bij lange na niet alle Israëlieten, zo hadden de dagloners die Jezus aanhaalt in zijn gelijkenis (Mat. 20:1-16) geen eigen land. En zij hoefden dus geen tienden te betalen. Ook mochten zij niet uitgebuit worden, want zij hadden het moeilijk genoeg (Deut. 24:14).

Ook mochten weduwen niet uitgebuit worden (Ex. 22:21). Het uitbuiten van weduwen (en ook wezen en vreemdelingen) vond God zelfs zo erg dat Hij zei dat, als iemand een weduwe onderdrukt, Hij diegene zou doden wanneer zij beklag hierover bij Hem deed (Ex. 22:20-23). Ter vergelijking: Als iemand een moord pleegde, moesten er twee getuigen zijn die het gezien hadden, anders kon iemand niet schuldig bevonden worden en de doodstraf krijgen (Ex. 21:14; Deut. 17:6). Maar als iemand een weduwe onderdrukte, kwam God diegene persoonlijk doden.

We zien dus dat het feit dat de weduwe niet hoorde te geven, maar volgens de wet hoorde te ontvangen. Zij was immers arm. Het feit, dat de tempel niet voldeed aan deze wet, was ernstig. Want God had aangegeven dat Hijzelf hen zou doden die de wet braken. Vandaar dat Hij hen zou aanklagen en veroordelen. Iets dat God in het Oude Testament al deed bij monde van de profeten, zoals in Jesaja 10:2. En Jezus al eerder deed in Marcus 11:17. toen Hij de tempel een rovershol noemde.

De aanklacht tegen en veroordeling van de tempel en de Schriftgeleerden


Marcus 12:38-40 en 13:1-2 (NBV 2004)
“Tijdens zijn onderricht zei hij: ‘Pas op voor de Schriftgeleerden die zo graag in dure gewaden rondlopen en eerbiedig begroet willen worden op het marktplein, en een ereplaats willen in de synagogen en bij feestmaaltijden: ze verslinden de huizen van de weduwen en zeggen voor de schijn lange gebeden op. Over hen zal strenger worden geoordeeld dan over anderen!’ […]

Toen hij de tempel verliet, zei een van zijn leerlingen tegen hem: ‘Meester, kijk eens, wat een enorme stenen en wat een imposante gebouwen!’ Jezus zei tegen hem: ‘Die grote gebouwen die je nu ziet – wees er maar zeker van dat geen enkele steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’ ”

Vlak voordat Jezus de arme weduwe haar geld ziet doneren, heeft Hij onderricht gegeven over de Schriftgeleerden. Eén van de zaken die Hij over hen vertelt, is dat men voor hen moet oppassen, omdat zij de huizen van de weduwen verslinden. Hiernaast vertelt Hij de mensen dat over hen strenger geoordeeld zal worden. Jezus vertelde hier dus over de corruptie die heerste onder de Schriftgeleerden en deze werd ondersteund door de tempel. Hij ziet de weduwe als een voorbeeld, als een slachtoffer van het systeem. En wanneer hij ziet dat zij haar laatste geld in de offerkist gooit, is dit iets dat Hij eerder beklagenswaardig als prijzenswaardig gevonden zou hebben.[23]

Smith beschrijft de weduwe dan ook als een symbolisch laatste bewijsstuk in Gods rechtbank in Zijn rechtszaak tegen Israël (na het voorval heeft Jezus volgens Marcus geen onderwijs meer gegeven, alles wat hierna gebeurde, had te maken met de veroordeling, kruisiging en opstanding). Gods bode was naar de tempel gekomen, en heeft zoals belooft zitting gehouden, en de mensen veroordeeld (Mal. 3:1-3). Waaronder hen die de weduwen onderdrukten (Mal. 3:5).[24]

Vlak nadat Jezus de arme weduwe haar geld zag doneren, lopen Hij en de leerlingen de tempel uit. En wanneer de leerlingen hun bewondering voor de gebouwen daar uitten, reageert Jezus op een heftige manier. Namelijk door de aankondiging van de vernietiging van alle gebouwen die de leerlingen zagen, inclusief de tempel. Wright merkt op dat op dat moment niemand blij kon zijn met de donatie van de weduwe aan de tempel. Niet alleen was haar donatie voortgekomen uit misleiding door de Schriftgeleerden, maar het zou ook nog eens verspild worden. Is dat iets waar wij blij van moeten worden?[25]

Wat moeten wij nou van het verhaal over de arme weduwe vinden?

Het verhaal over de arme weduwe is een verhaal dat niet makkelijk te interpreteren is. Moeten we het zien als een hartverwarmend gebeuren? Of als de uitbuiting van een misleidde vrouw? Is de weduwe als voorafschaduwing van de kruisiging van Jezus een voorbeeld voor ons, welke stelt dat wij alles moeten geven, al kunnen we dan niet meer eten en drinken? Of is de weduwe een symbool van onderdrukking? En is zij een voorbeeld van gepaste nederigheid? Of van misplaatste vroomheid?

Resner wijst er terecht op dat men vaak geneigd is, om bij het voorlezen van het verhaal over de arme weduwe, emotie toe te voegen aan de uitspraak van Jezus, dat haar gift groter is dan die van de rijken. Waardoor het klinkt alsof Hij blij wordt van deze gift.[26] Iets dat men gebaseerd op een geschreven tekst niet zomaar mag doen. Maar andersom mogen wij ook geen negatieve emoties toevoegen. De tekst zelf is dus vrij neutraal en beantwoord niet de vraag hoe wij haar moeten lezen.

Hiernaast maakt Dowd een sterk punt wanneer zij stelt dat Wright de arme weduwe als erg naïef, of zelfs dom, afschildert wanneer hij haar als een slachtoffer van het systeem beschrijft.[27] Net zoals we geen emoties aan Jezus uitspraak mogen toevoegen, mogen wij ook niet een inschatting maken van de intelligentie van de weduwe. Dit is echter precies wat Dowd zelf ook doet door te stellen dat vanuit het perspectief van de weduwe zij het geld niet aan de Schriftgeleerden, priesters en de tempel doneert, maar aan God. Want ook hier doet hij een aanname over haar denken.

Doordat de tekst zelf niet echt duidelijk maakt hoe wij haar moeten duiden, moeten wij naar haar context kijken. Iets dat wij tot nu toe hebben gedaan. Maar de verschillende contexten, die wij hebben bekeken, geven compleet verschillende betekenissen aan de tekst. Struthers Malbon stelt daarom wijselijk, dat er niet zoiets bestaat als de context waaruit wij de interpretatie van de tekst kunnen halen. Maar dat de tekst meerdere betekenissen kan hebben.[28]Smith stelt daarom dat de tekst twee thema’s bij elkaar brengt, namelijk ware vroomheid en de weduwe als symbool voor het chronische disrespect door de wet van de religieuze leiders.[29]

Ik ga hierin mee. Het verhaal over de arme weduwe is zowel een hartverwarmend voorbeeld voor ons als een hartverscheurende aanklacht tegen hen die de weduwen uitbuit(t)en. Het is hartverwarmend om de offerbereidheid van de weduwe te zien. Maar hartverscheurend om te zien dat deze aan een corrupt religieus instituut was, welke vernietigd zou worden, wat het offer op den duur waardeloos zou maken.

Conclusie


Over het verhaal van de arme weduwe kunnen wij het volgende zeggen:
•    Wij kunnen het verhaal lezen in veel verschillende contexten, dit zijn:
◦    Andere teksten over vrijgevigheid. Hit betekent dan dat wij bereid moeten zijn om veel, of zelfs alles, voor de ander over te hebben.
◦    De discipelen die gingen voor beloning. Het geeft ons dan een voorbeeld van dat wij nederig moeten geven.
◦    Jezus’ kruisiging. Het verhaal is dan een voorafschaduwing van diens kruisiging. En een toonzetting voor de volgelingen van Jezus.
◦    De arme weduwe bij Sarefat. De weduwe is dan een voorbeeld van vertrouwen op God. En een berisping tegen het Israëlische volk.
◦    Jezus’ aanval op de korban praktijk. De weduwe is dan een voorbeeld van de vele weduwen die niet datgene kregen waar zij recht op hadden, maar die beroofd werden. Ook zien we in deze context terug hoe mensen zelfgemaakte regels en religie laten prevaleren boven het welzijn van mensen.
◦    De wet. De weduwe is dan het slachtoffer van een vreselijke misdaad. Namelijk het onderdrukken van weduwen, in plaats van het voeden van hen. De tempel en de Schriftgeleerden zijn de plegers van deze misdaad.
◦    De aanklacht tegen en de veroordeling van de tempel en de Schriftgeleerden. De weduwe is dan het symbolische laatste bewijsstuk tegen de tempel en de Schriftgeleerden. Aangehaald vlak voordat Jezus het oordeel dat de tempel vernietigd zal worden heeft uitgesproken.
•    Door al deze contexten, en het feit dat de tekst zelf niet veel duidelijkheid biedt, is het moeilijk om de tekst te duiden. Was Jezus blij met wat Hij zag of niet? Of, allebei? Ik denk allebei, de donatie die de weduwe deed was hartverscheurend, maar tegelijkertijd hartverwarmend. Net zoals de kruisiging van Jezus dit was.

Geschreven door Fabian Eikelboom

[1] D. English, “De boodschap van Marcus, het geheimenis van het geloof”, vertaald door uitgeverij novapres te Apeldoorn, Apeldoorn (1998), p. 241
[2] M. DiCicco, “What Can One Give in Exchange for One’s Life? A Narrative-Critical Study of the Widow and Her Offering, Mark 12:41-44”, Currents in Theology and Mission, 25.6 (1998), p. 445
[3] A.G. Wright, “The Widow’s Mites: Praise or Lament?—A Matter of Context”, The Catholoic Biblical Quarterly, 44.2 (1982), p. 256
[4] De vier standaarden heb ik ontleend aan: A.G. Wright, “The Widow’s Mites: Praise or Lament?—A Matter of Context”, pp. 257-258
[5] URL: http://www.jesuswalk.com/lessons/20_45-21_4.htm, laatst geraadpleegd op 07-01-2012
[6] D. English, “De boodschap van Marcus, het geheimenis van het geloof”, p. 241
[7] M. DiCicco, “What Can One Give in Exchange for One’s Life? A Narrative-Critical Study of the Widow and Her Offering, Mark 12:41-44”, p. 446
[8] A. Resner, “Widow’s Mite or Widow’s Plight: On Exegetical Abuse, Textual Harassment and Learning Prophetic Exegesis”, Review and Expositor, 107 (2010), p. 545
[9] M. DiCicco, “What Can One Give in Exchange for One’s Life? A Narrative-Critical Study of the Widow and Her Offering, Mark 12:41-44”, p. 445
[10] Idem, p. 445
[11] D. English, “De boodschap van Marcus, het geheimenis van het geloof”, p. 211
[12] Idem, p. 212
[13] M. DiCicco, “What Can One Give in Exchange for One’s Life? A Narrative-Critical Study of the Widow and Her Offering, Mark 12:41-44”, p. 446
[14] D. English, “De boodschap van Marcus, het geheimenis van het geloof”, p. 191
[15] S.E. Dowd, “Reading Mark: A literary and Theological Commentary on the Second Gospel”, Macon, GA (2001), p. 134
[16] G. Smith, “A Closer Look at the Widow’s Offering: Mark 12:41-44”, Journal of the Evangelical Theological Society,  40.1 (1997), p. 35
[17] Idem, p. 35
[18] Idem,  p. 35
[19] G. van den Brink & C. van der Kooi, Christelijke Dogmatiek, Zoetermeer (2012), p. 621
[20] A.G. Wright, “The Widow’s Mites: Praise or Lament?—A Matter of Context”, p. 261
[21] Zie mijn overdenking over het vierde gebod. URL: http://bronvhlevendewoord.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=38:het-vierde-gebod&catid=14:overdenkingen&Itemid=34, laatst geraadpleegd op 14-01-2013.
In deze overdenking kom ik tot de conclusie dat de mens veel vrijheid krijgt om de sabbat in te vullen. Zo mag men kiezen hoe men de dag aan God wijdt, en mag men zelfs werken indien dit noodzakelijk is. De sabbat is er immers voor de mens, en niet de mens voor de sabbat. Iets dat ook geldt voor andere wetten (Mar. 2:27).
[22] A. Resner, “Widow’s Mite or Widow’s Plight: On Exegetical Abuse, Textual Harassment and Learning Prophetic Exegesis”, p. 550-551
[23] Idem, pp. 549, 551-552
[24] G. Smith, “A Closer Look at the Widow’s Offering: Mark 12:41-44”, p.35
[25] A.G. Wright, “The Widow’s Mites: Praise or Lament?—A Matter of Context”, p. 263
[26] A. Resner, “Widow’s Mite or Widow’s Plight: On Exegetical Abuse, Textual Harassment and Learning Prophetic Exegesis”, p. 548
[27] S.E. Dowd, “Reading Mark: A literary and Theological Commentary on the Second Gospel”, p. 134
[28] E. Struthers Malbon, “The Poor Widow in Mark and Her Poor Rich Readers”, The Catholic Biblical Quarterly, 53 (1991), p. 602
[29] G. Smith, “A Closer Look at the Widow’s Offering: Mark 12:41-44”, pp. 35-36

Comments are closed.