Kinderen en het koninkrijk deel 2: Hoe mensen in Jezus’ tijd tegen kinderen aankeken

In dit tweede deel van de overdenking over kinderen en het koninkrijk wil ik kijken naar de manier waarop mensen in Jezus’ tijd en omgeving naar kinderen keken. Bij deze tijd denk ik aan de eerste eeuw na Christus. En bij de omgeving denk ik aan de destijds dominerende Grieks-Romeinse cultuur.
U zult zich misschien afvragen waarom het relevant is om te kijken hoe er vanuit de Grieks-Romeinse cultuur in Jezus’ tijd naar kinderen gekeken werd. Het antwoord op deze vraag is tweeledig.
Ten eerste moeten wij ons bedenken dat Jezus leefde in een gebied waar veel Romeinse soldaten (en waarschijnlijk ook andere Romeinen) waren (vgl. Mat. 8:5-13; Joh. 11:48). De prefect (stadhouder) van Judea was dan ook de Romeinse Pontius Pilatus (Mat. 27:2).
Ten tweede was het lezerspubliek van de evangeliën voor een groot deel heidens. En dus opgegroeid in de Grieks-Romeinse cultuur. Dat is de reden waarom God Paulus als apostel voor de heidenen riep (Rom. 11:13). En het is voor ons ook een reden om Nieuwtestamen­tische teksten over kinderen mede door de Grieks-Romeinse bril te bekijken. Iets dat in de volgende delen van deze overdenking zal gebeuren.

In deze overdenking komen de volgende zaken aan bod:
• Kinderen voor en vlak na de geboorte
• Een algemeen beeld van hoe men naar kinderen keek
• Hoe men met kinderen uit verschillende milieus omging
• De rol van kinderen in het religieuze leven
Kinderen voor en vlak na de geboorte
In de Grieks-Romeinse cultuur werd een foetus voornamelijk gezien als een vegetatief wezen. Het was wettelijk gezien een deel van de moeder totdat het geboren werd. Het plegen van abortus werd dan ook bijna nooit gecriminaliseerd. De enige momenten waarop dit wel gebeurde, was wanneer een getrouwde vrouw abortus pleegde en zodoende haar man een toekomstige erfgenaam ontnam.[1]
Naast het aborteren van kinderen was ook kindermoord een geaccepteerde manier van gezinsplanning. Redenen om een ongeboren kind te aborteren of een pasgeboren kind te doden varieerden sterk. Zo konden de economische situatie, bijgeloof, de gezondheid van het kind, het idee dat iemand teveel kinderen had, onduidelijkheid over wie de vader van het kind was, het geslacht van een kind, misvorming van een kind en onwettigheid van een kind (als het buiten een huwelijk verwekt was) redenen zijn om het te aborteren/doden.[2]
Werd een kind wel geboren, dan moest het door het hoofd van het gezin waarin het geboren werd geaccepteerd worden. Accepteerde deze het kind niet, dan kon het gebeuren dat het ter adoptie aangeboden, als slaaf verkocht of te vondeling gelegd werd.[3] Wanneer een te vondeling gelegd kind gevonden werd, kon de vinder het opvoeden zoals het hem/haar betaamde. In de praktijk hield dat echter in dat de kans groot was dat het kind als slaaf[4] of als prostituee[5] opgevoed zou worden.
Het Romeinse recht erkende een kind pas wanneer het acht of negen dagen oud was. Op deze dag (de dies lustricus) moest het kind namelijk een naam krijgen. Tot deze dag was het een vader vrij om een kind niet te accepteren en het te doden of te vondeling te leggen. De moeder had hier officieel geen inspraak in. Hoe moeders hierop reageerden, is dus iets waar wij alleen maar naar kunnen gissen.[6]
Hoe men in het algemeen naar kinderen keek
Jonge kinderen werden voornamelijk gezien als onvolwassen in denken en spreken, en als onhandig.[7] Marcus Aurelius (121-180) ging zelfs zo ver dat hij zich (wanneer hij zich gedomineerd voelde door het minder rationele deel van zijn ziel) afvroeg: “Whose soul do I now properly possess? A child’s? or a youth’s? a woman’s? or a tyrant’s? some brute, or some wild beast’s soul?”.[8] Kinderen werden dus vooral als irrationeel gezien, en samen met vrouwen op één lijn geplaatst met tirannen, bruten en wilde beesten.[9]
Toch hielden ouders (gelukkig) wel van hun kinderen. Zelfs Marcus Aurelius, die vrouwen en kinderen op één lijn plaatste met tirannen, bruten en wilde beesten, hield zielsveel van zijn vrouw en kinderen.[10] Ook werd de dood van een kind door ouders gezien als een groot verlies. En ondanks het feit dat er emotioneel gezien een afstand was tussen ouders en hun kinderen, waren de ouders wel sterk betrokken bij het grootbrengen van hun kinderen.[11] En konden ouders zich verheugen in het gezelschap van hun kinderen.[12]
Hiernaast waren er ook filosofen die zich zeer positief over kinderen uitspraken. Zo stelde Epictetus (50-130) dat kinderen alle affectie en liefde waard zijn. Hij vroeg zich zelfs af hoe wij ooit sociale wezens kunnen zijn als affectie tegen onze eigen kinderen niet eens een natuurlijk sentiment is.[13] Al waren Romeinse schrijvers veelal verbaasd over het feit dat Germanen en Joden al hun geboren kinderen grootbrachten, ondanks eventuele gebreken.[14]
Dit algemene beeld bevat een aantal, dat men over kinderen had. Het moge hieruit duidelijk zijn dat niet iedereen hetzelfde dacht over hen. Hiernaast spreekt het voor zich dat de manier waarop kinderen behandeld werden niet alleen lag aan hun leeftijd, maar ook aan hun sociale status. Daarom nu een overzicht van hoe men met kinderen uit verschillende milieus omging.
Hoe men met kinderen uit verschillende sociale milieus omging
Kinderen uit rijke gezinnen
Tijdens zijn regering maakte keizer Ceasar Augustus (63 v. Chr. – 14 n. Chr.) zich zorgen over het feit dat rijke Romeinen geen kinderen wilden. Rijken zagen kinderen meer als een luxe dan als noodzaak (voor financiële zekerheid). Een luxe die men zich niet wilde veroorloven. Rijke mensen behandelden kinderen die niet hun erfgenamen waren (vaak slaven) als huisdieren, in wiens gezelschap zij welbehagen vonden.[15]
Wanneer rijken wel besloten een kind te krijgen, vonden zij de verzorging van het kind niet de taak van de moeder. In plaats daarvan huurden zij hiervoor een verzorgster in. Of werd een slavin hiervoor ingezet. De verzorgster nam in die positie, soms de rol van de moeder, bijna helemaal over. Zo gaven verzorgsters kinderen zelfs borstvoeding in plaats van dat de moeder dit deed.[16] Beide ouders hadden dan ook niet veel aandacht voor het kind. Hoe lang een verzorgster voor een kind zorgde varieerde per geval, dit kon echter zijn totdat een kind volwassen was.[17]
Wanneer een kind zeven jaar oud was, werd formeel begonnen met het onderwijzen van het kind. Dit gold zowel voor meisjes als voor jongens. Ze leerden lezen, schrijven en rekenkunde. En gingen naar het toenmalige equivalent van de middelbare school wanneer zij vloeiend konden lezen en schrijven. De verzorgers van de kinderen (bij jongens een man, bij meisjes een vrouw) letten de hele dag op hen, ook als zij op school waren. Hun belangrijkste rol echter was, het beschermen van de kinderen tegen mannen die uit waren op seks met kinderen.[18]
Kinderen uit niet rijke vrije gezinnen

Voor arme gezinnen was het krijgen van kinderen wel een noodzaak. Kinderen waren namelijk voor arme ouders hun financiële zekerheid voor de toekomst, wanneer zij te oud zouden zijn om te werken.
Meisjes werden veelal thuis gehouden om huishoudelijke taken te leren, zoals weven en koken. Zodat zij voorbereid zouden zijn op een eventueel huwelijk. Ook leerden meisjes thuis vaak ambachtelijk werk, waarmee geld verdiend kon worden.[19]
De jongens kregen vaak een beetje onderwijs, waarna ze als leerling voor een vakman gingen werken om diens vak te leren en om geld te verdienen voor het gezin. Deze praktijk stond bekend onder de naam ‘pederastie’. Dit wordt door Griekse bronnen omschreven als een relatie tussen een man en een jongen waarin de oudere man de jongen door middel van vriendschap tot kennis leidde. In de praktijk kwam hier echter regelmatig een seksuele relatie tussen de man en de jongen bij kijken.[20] Al was dit bij relaties met jongens die het Romeinse staatsburgerschap bezaten officieel illegaal.[21]
Bij zo een relatie moeten we niet denken aan een gelijkwaardige relatie. Ehrman stelt dat in de Romeinse wereld afkeurend werd gekeken naar homoseksuele relaties omdat men geloofde dat seksueel gepenetreerd worden een teken van zwakte en onderwerping was. Mannen waren dan ook gemaakt om te domineren (penetreren) en vrouwen om gedomineerd (gepenetreerd) te worden. Wanneer een volwassen man zich liet penetreren was dit dus onterend, omdat hij zich liet domineren door een andere man. Hierom hielden veel mannen liever jonge jongens erop na als sekspartners. Zij werden door deze mannen als minderwaardig gezien. En konden prima gedomineerd en vernederd worden.[22]
Het kon ook zijn dat een jongen bij zijn eigen vader in de leer ging.[23] Of in een familiebedrijf ging werken (zoals een boerderij of een ambachtelijk bedrijf) om deze later over te nemen.[24]
Kinderen uit slavengezinnen

Kinderen uit slavengezinnen werden al vanaf dat zij heel jong waren, behandeld als slaven. Zo stelde de Romeinse wet dat de waarde van een slaaf pas berekend kan worden als de slaaf in kwestie minstens vijf jaar oud is. De taken die slavenkinderen moesten uitvoeren hingen sterk af van hun meesters. Jongens moesten veelal op het veld werken en ambachtswerk doen (of leren). Meisjes werkten (of waren in training) in de huishouding.[25]
Het ergste lot dat een slaaf echter kon treffen was tewerkstelling in de mijnen. Volgens Laes en Strubbe waren vooral de Egyptische goud- en marmermijnen berucht, mede omdat daar ook jonge kinderen te werk gesteld werden, de reden was dat zij makkelijker hun weg door de nauwe schachten in die mijnen konden vinden.[26]
Hiernaast moesten jongens en meisjes regelmatig als seksslaaf of -slavin dienen. Dit kon zijn om de seksuele behoeften van hun meester (of een vriend van hun meester, aan wie zij uitgeleend werden) te bevredigen. Of om klanten te lokken voor de handel van hun eigenaar. Of simpelweg als prostituee, om geld binnen te halen.[27]
Aanzienlijke Romeinen hadden vaak jonge jongens als slaven om gasten te bedienen en seksueel te behagen. De aanwezigheid van deze jongens was voor de rijke Romein een kwestie van prestige. Omdat jonge jongens het schoonheidsideaal in de Romeinse tijd waren.[28]
Als slaafjes waren de kinderen niet in de positie om hun eigenaren seksuele diensten te weigeren. Volgens de Romeinse wet golden slaven en slavinnen namelijk als willoos eigendom waarmee de bezitter seks kon hebben als hij daar zin in had. Al zou men door de invloed van het stoïcisme wel op afkeuring kunnen rekenen als men ongelimiteerd misbruik maakte van slaven.[29]
Een klein voordeel voor kinderen die als seksslaaf dienden, was dat zij op den duur op vrijlating konden rekenen. Zij werden namelijk vrijwel altijd op latere leeftijd vrijgelaten. En soms geadopteerd door hun vroegere eigenaar, die hen van een mooi kapitaal voorzag. Ook andere kinderen werden soms vrijgelaten door hun meester. Vaak hadden deze in hun slaventijd een vak (bijvoorbeeld kleermaker) geleerd waar ze als vrije hun geld mee gingen verdienen.[30]
Kinderen in het religieuze leven
Kinderen speelden een belangrijke rol in het religieuze leven van de Romeinen. Zo geloofde men dat er erg veel goden waren die zich richtten op de bescherming van kinderen. Voorbeelden hiervan zijn Prorsa en Postverta (tijdens zwangerschap), Juno (geboortegodin), Rumina (waakte over de moedermelk), Numeria (waakte over het leren rekenen) en Camena (waakte over het leren zingen). Ook kregen kinderen vaak een witte toga met een paarse boord (toga praetexta) en een amulet (bulla) mee ter bescherming tegen kwade machten.[31]
Hiernaast speelden kinderen vaak een belangrijke rol in religieuze rituelen. Zowel in huis als bij officiële staatsgelegenheden. Ook konden kinderen officiële priesterfuncties krijgen.

Het belang van kinderen kan worden verklaard door een drietal redenen:
• Ten eerste werden kinderen gezien als rein en onschuldig en daarom als bij uitstek geschikt voor contact met de goden.
• Ten tweede stonden kinderen dicht bij de goden door hun marginaliteit. Ze waren uitgesloten van deelname aan politiek en oorlogen. Hiernaast hadden zij niet alle juridische rechten die volwassenen hadden. Het kind telde nauwelijks mee, maar telde daardoor juist in de religie wel mee
• Ten derde werden kinderen vaak met magische krachten geassocieerd. Voornamelijk hun eerste afgeknipte haar en de eerste tand die bij kinderen uitviel zouden magische krachten bevatten. Deze werden zo waardevol geacht dat mensen bereid waren om kinderen hiervoor te doden. [32]
Een gemengd beeld
Er werd op verschillende manieren naar kinderen gekeken. Zo konden ouders zielsveel van hun kinderen houden. En hadden kinderen een belangrijke rol in het Romeinse religieuze leven. Maar kinderen die met imperfecties geboren werden, of wiens geboorte niet uitkwam, konden zo gedood worden. Ook waren te vondeling gelegde kinderen afhankelijk van de grillen van mensen die hen vonden. En werden jongens vaak als sekspartners door mannen gedomineerd en vernederd.
Al met al bestond er dus een gemengd beeld van kinderen. Hoe naar een kind gekeken werd, hing sterk af van diens sociale status. Kinderen geboren in rijke en vrije gezinnen, werden veelal positief behandeld, slavenkinderen hadden het echter heel zwaar omdat zij rechteloos waren.
Conclusie

Over de manier waarop door de Romeinen naar kinderen werd gekeken, kunnen we het volgende zeggen:
• Ongeboren en pasgeboren kinderen hadden in principe geen rechten, zij waren overgeleverd aan hun vader. Accepteerde hun vader hen niet, dan konden zij gedood of te vondeling gelegd worden.
• Te vondeling gelegde kinderen kenden eveneens geen rechten, zij konden als slaaf opgevoed worden door de persoon die hen vond.
• Kinderen werden voornamelijk als irrationele wezens gezien. Desondanks hielden ouders wel van hun eigen kinderen. En lieten filosofen zich regelmatig positief uit over kinderen.
• Kinderen uit rijke gezinnen werden door verzorgers opgevoed; men vond dit geen taak voor de ouders. Ook kregen zij onderwijs.
• Kinderen uit vrije gezinnen moesten vaak al jong aan het werk. Meisjes in het huishouden. Jongens bij een leermeester, waar regelmatig een (illegale) homoseksuele relatie bij kwam kijken, of bij een familiebedrijf.
• Kinderen uit slavengezinnen waren volledig overgedragen aan de grillen van hun eigenaars. Ze konden aan de zware arbeid gezet worden of als prostituee dienen. Zij waren niet in de positie om hun meester deze zaken te weigeren. Wanneer ze ouder waren, kon het wel zo zijn dat ze werden vrijgelaten.
• In het religieuze leven waren kinderen erg belangrijk. Er waren veel goden die hen beschermden en kinderen speelden een belangrijke rol in religieuze rituelen. Drie redenen waarom kinderen zo belangrijk geacht werden waren de volgende:
◦ Kinderen waren rein en onschuldig
◦ Kinderen waren marginaal
◦ Kinderen werden geassocieerd met magische krachten
• Er heerste een gemengd beeld over kinderen, welke voornamelijk bepaald werd door de sociale status van het kind.
Geschreven door Fabian Eikelboom

[1] D. Shanzer, “Voices and Bodies: The Afterlife of the Unborn”, Numen, 56 (2009), pp. 329-330
[2] C.B. Horn & J.W. Martens, Let the Little Children come to Me: Childhood and Children in Early Christianity, The Catholic University of America Press (2009), p. 20
[3] J.M.M. Francis, Adults as Children: Images of Childhood in the Ancient World and the New Testament, Bern (2006), p.  27
[4] Auteurs onbekend, The International Standard Bible Encyclopedia, vol. 4, Grand Rapids MI (1988), pp. 543-544
[5] Justinus de Martelaar († ~165) beschrijft in de 27e paragraaf van zijn eerste apologie dat bijna alle kinderen die te vondeling werden gelegd eindigden in de prostitutie. We moeten ons echter bedenken dat Justinus een bevooroordeeld schrijver was, die zich namens de christenen afzette tegen de Romeinse cultuur. Er kan dus heel goed sprake zijn geweest van een overdrijving. Desondanks neem ik niet aan dat Justinus deze beschuldiging uit de lucht greep. Het is dus goed mogelijk dat mensen die een vondeling vonden hem of haar lieten opgroeien als prostituee.
De vertaling van de eerste apologie van Justinus de Martelaar die ik gebruikt heb is: L.W. Barnard, Ancient Christian Writers St. Justin Martyr The First and Second Apologies, New York/Mahwah, N.J. (1997), p. 41
Zie pagina 140 (eindnoot 192) van het genoemde werk voor meer voorbeelden van christelijke auteurs die verwijzen naar het te vondeling leggen en aborteren van kinderen door heidenen.
[6] C. Laes & J. Strubbe, Kleine Romeinen: Jonge kinderen in het antieke Rome, Amsterdam (2006), p. 15
[7] J.M.M. Francis, Adults as Children: Images of Childhood in the Ancient World and the New Testament, p. 27
[8] Citaat afkomstig van de Engelse vertaling van Marcus Aurelius’ Meditaties (boek 5, hoofdstuk 11) door Project Gutenberg. URL: http://www.gutenberg.org/dirs/2/6/8/2680/2680.txt
[9] E.J. Wiedemann, Adults and Children in the Roman Empire, London (1989), pp. 7-8
[10] Idem, p. 7
[11] J.M.M. Francis, Adults as Children: Images of Childhood in the Ancient World and the New Testament, pp. 27-29
[12] E.J. Wiedemann, Adults and Children in the Roman Empire, London (1989), p. 25
[13] J.M.M. Francis, Adults as Children: Images of Childhood in the Ancient World and the New Testament, p. 34
[14] C. Laes & J. Strubbe, Kleine Romeinen: Jonge kinderen in het antieke Rome, Amsterdam (2006), p. 15
[15] J.M.M. Francis, Adults as Children: Images of Childhood in the Ancient World and the New Testament, p. 26
[16] S.R. Joshel, “Nurturing the Master’s Child: Slavery and the Roman Child-Nurse”, Signs, 12.1 (1986), p. 5
[17] C.B. Horn & J.W. Martens, Let the Little Children come to Me: Childhood and Children in Early Christianity, p. 24
[18] Idem, pp. 29-30, 35
[19] C. Laes & J. Strubbe, Kleine Romeinen: Jonge kinderen in het antieke Rome, p. 79
[20] C.B. Horn & J.W. Martens, Let the Little Children come to Me: Childhood and Children in Early Christianity, pp. 25-26, 34
[21] C. Laes & J. Strubbe, Kleine Romeinen: Jonge kinderen in het antieke Rome, p. 85
[22] B.D. Ehrman, The New Testament: A Historical Introduction to the Early Christian Writings, Oxford (20084e), p. 412
[23] C.B. Horn & J.W. Martens, Let the Little Children come to Me: Childhood and Children in Early Christianity, p. 182
[24] C. Laes & J. Strubbe, Kleine Romeinen: Jonge kinderen in het antieke Rome, p. 80
[25] C.B. Horn & J.W. Martens, Let the Little Children come to Me: Childhood and Children in Early Christianity,  pp. 169-170
[26] C. Laes & J. Strubbe, Kleine Romeinen: Jonge kinderen in het antieke Rome, p. 83
[27] C.B. Horn & J.W. Martens, Let the Little Children come to Me: Childhood and Children in Early Christianity,  pp. 169-170
[28] Idem, pp. 80-81, 84-85
[29] C. Laes & J. Strubbe, Kleine Romeinen: Jonge kinderen in het antieke Rome, pp. 85-86
[30] Idem, pp. 83, 85
[31] Idem, pp. 114-116
[32] Idem, pp. 117-122

Comments are closed.