Kinderen en het koninkrijk deel 4: Kinderen als deel van de geloofsgemeenschap

Marcus 10:13-14
“De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij.
Wanneer de mensen proberen hun kinderen bij Jezus te brengen gebeurt er iets vreemds. Ten eerste zien we dat de leerlingen de ouders berispten, omdat zij hun kinderen bij Jezus brachten. Ten tweede zien we dat Jezus zich opwond omdat de leerlingen de kinderen bij Jezus wilden weghouden.
We hebben in de vorige overdenking al gezien dat Jezus veel waarde hechtte aan kinderen. Ze vormen volgens Hem een voorbeeld voor ons (volwassenen). Maar uit deze tekst wordt duidelijk dat Jezus de kinderen ook ziet als deelnemers in de geloofsgemeenschap. In lijn met een conclusie die ik in deel 1 van deze overdenking al trok, namelijk dat kinderen deel van het verbond vormden.
Dit is waar ik het in deze overdenking over wil hebben. Daartoe wil ik de volgende zaken behandelen:
• Het appél dat Jezus’ houding ten opzichte van de kinderen aan ons doet
• Hoe wij naar kinderen moeten kijken
• Hoe wij met kinderen moeten omgaan
Het appél dat Jezus’ houding ten opzichte van de kinderen aan ons doet 
Het gegeven dat Jezus (en het Oude Testament) kinderen zag als volwaardige deelnemers aan de geloofsgemeenschap, doet een zeer dringend appél aan ons. Vooral in onze tijd. Want Csinoset al.doen helaas een correcte observatie wanneer zij stellen dat zij zien dat kerken zich ontwikkelen en volwassenen en jeugdigen geestelijk steeds meer gevormd worden. Maar dat als het op de kinderen aankomt, men blijft vertrouwen op het vroeg 19e-eeuwse zondagsschoolsysteem.
In dit systeem worden kinderen vaak compleet van de volwassenen gescheiden en krijgen zij een op hun leeftijd aangepast programma. Men denkt hiermee deze kinderen te helpen, maar intussen raken kinderen hierdoor niet bekend met de belangrijkste gebruiken, symbolen en rituelen die de geloofsgemeenschap definiëren (denk hierbij aan zang, dans, het avondmaal, gemeenschappelijk gebed en nog meer). Men vertrouwt blind op de liturgie van de schoolklas. Terwijl kinderen veel meer dan dit nodig hebben, namelijk ook religieuze socialisatie.[1]
Met religieuze socialisatie bedoel ik dat kinderen zich het (in ons geval) christelijk geloof(sleven) eigen maken. Wat gebeurt doordat kinderen met de religieuze gemeenschap in aanraking komen. Waarbij zij op indringende wijze met de verschillende facetten van de godsdienst in aanraking komen;[2] hieronder verstaan we de belangrijkste gebruiken (zoals aanbidding), symbolen (zoals het kruis) en rituelen (zoals het avondmaal).
Jezus’ houding ten opzichte van kinderen (en de huidige situatie) doet dus een appél aan ons om na te denken over de vraag hoe wij naar kinderen kijken. En hoe wij met hen omgaan.
Hoe wij naar kinderen moeten kijken
Spreuken 17:6
“Kleinkinderen zijn voor grootouders de kroon op hun leven, kinderen zijn trots op hun voorouders.”
In deel 1 van deze overdenking concludeerde ik al dat kinderen als een geschenk van de HEER gezien werden. Dit om twee redenen. Ten eerste omdat zij als pijlen in de kokers van hun ouders zijn. Ze bieden bescherming en zetten hun ouders niet voor schut (of, in positieve verwoording: gedragen zich voorbeeldig en maken hun ouders trots). Ten tweede omdat kinderen werden gezien als de toekomst. Door hun kinderen heen konden ouders invloed uitoefenen op de toekomst.
We zien aan deze kijk op kinderen dat men zich in hen verheugde zoals zij waren, én dat men zich verheugde in de toekomst die de kinderen hun ouders zouden geven. We zien echter vandaag de dag dat veel kerken kinderen voornamelijk als ‘toekomstige volwassenen’ (door Hunter verwoord als ‘toekomstige kerkleden’[3]) zien. En hierin eraan voorbijgaan dat kinderen het nodig hebben om gerespecteerd te worden om wie zij nu zijn.[4]
Hiernaast gaat men er vaak aan voorbij dat kinderen in de kerk verwelkomd moeten worden simpelweg omdat ook zij Gods mensen zijn, op het moment. Niet omdat zij het in de toekomst pas zouden zijn. En dat kinderen het nodig hebben om het gevoel te hebben dat zij gewild, nodig, geaccepteerd en belangrijk zijn.[5]
De vragen die dit oproept zijn: waarom moeten kinderen worden gezien als een geschenk om wie zij zijn. En waarom moeten kinderen worden gezien als een geschenk om wie zij zullen worden. Deze twee zaken zal ik hieronder behandelen.
Waarom moeten kinderen worden gezien als een geschenk om wie zij zijn?
Het antwoord op de vraag waarom kinderen moeten worden gezien als een geschenk is (ten minste) vierledig. Ik baseer deze vier leden op de theologie van kinderen van Cully.
Ten eerste behoren alle kinderen aan God toe. Ze zijn immers door hem gemaakt en aan ons gegeven. Ook al doet men vaak aan gezinsplanning en plant men dus ook de komst van een baby, is het toch zo dat we een kind zien als gezonden door God, via een proces waar we weinig controle over hebben (vgl. Ps. 139:13). Kijkt men met verwondering naar een baby als het net geboren is en geeft men het kind vaak met de nodige rituelen van dankbaarheid en toewijding terug aan God.[6]
Ten tweede zijn kinderen mede-erfgenamen van de aflossing die Jezus voor ons betaalde. Jezus stierf immers voor iedereen (vgl. Gal. 3:28), en dus ook voor hen. Ook al is voor kinderen de wet gemakkelijker te begrijpen dan de genade. En is het aan kinderen moeilijk uit te leggen dat God voor iedereen genadig is, los van de vraag hoeveel zij goed of fout gedaan hebben.[7]
Ten derde zijn kinderen onderdeel van het Koninkrijk van God. En volwaardig lid van de gemeenschap der gelovigen. Ze zijn immers bij hun opdraging verwelkomd in de gemeen­schap en voelen ook dat zij erbij horen. Ook al begrijpen kinderen niet precies wat er gebeurt, zij weten wel dat er iets bijzonders gebeurt. Iets waar zij deel van willen zijn.[8]
Ten vierde hebben kinderen ook een bediening. Cully wijst er al op dat we meestal niet nadenken over de bediening van kinderen. Maar kinderen zijn soms de middelen die God gebruikt om genezing en bevrijding te brengen aan volwassenen.
Zo geeft Cully een voorbeeld over een wachtkamer in een ziekenhuis waar een groep mensen zat die zich erg ongemakkelijk voelden vanwege een rouwende man. Er was daar ook een kind, dat dingen deed die mensen gewoonlijk ook doen als zij wachten. Zoals spelen met asbakken en door verschillende tijdschriften bladeren. De volwassenen vonden in deze situatie opluchting door zich op het kind te focussen. Uiteindelijk dribbelde het kind naar de man toe, aaide hem op zijn gezicht en troostte hem. De ruimte transformeerde hierdoor, en de lijdende man was getroost. Het kind, zo concludeert Cully, had daar bediend waar de volwassenen niet wilden ‘storen’.[9]
Gundry Volf stelt hiernaast dat kinderen die niets weten soms ook goddelijke geheimen kunnen kennen en in God geloven. Zij zijn volgens haar niet compleet onwetend over geestelijk inzicht. Iets dat we terugzien wanneer Jezus de lammen en blinden in de tempel geneest en de kinderen roepen: “Hosanna voor de Zoon van David !” Waarop de priesters uit onwetendheid alleen maar verontwaardigd reageerden (Mat. 21:14-16).[10]
Waarom moeten kinderen worden gezien als een geschenk om wie zij zullen worden?
In deel 1 van deze overdenking hebben wij al gezien dat de joden hun kinderen zagen als pijlen in een koker. En dat de joden hen als geschenk zagen omdat door hen heen zij invloed konden uitoefenen in de toekomst, zelfs na hun dood. Maar hoe deze toekomst eruit zou zien wist niemand.
Zo zullen de ouders van de profeet Jesaja waarschijnlijk nooit gedacht hebben dat hun zoon drie jaar lang naakt zou rondlopen in dienst van God (vgl. Jes. 20:3). En zullen de ouders van Ezechiël er nooit op gerekend hebben dat hij voor God een gerstebrood moest eten dat hij op rundermest moest bakken (vgl. Ez. 12-15).
Net als de vroegere joden weten ook wij niet welke toekomst onze eventuele kinderen zullen hebben. Wel weten wij dat als wij hen in Gods handen leggen Hij wel een toekomst voor hen heeft.[11] En dat is iets waar wij ons in moeten verheugen, want wij hebben mogen helpen die toekomst mogelijk te maken. Het gaat er dus niet om dat wij ons moeten verheugen in onze kinderen omdat zij als volwassenen onze eigen gemeente gaan steunen. Want God kan een compleet andere taak voor hen hebben.
Hoe wij met kinderen als medegelovigen moeten omgaan 
Dat wij kinderen moeten zien als medegelovigen heeft zijn implicaties voor hoe wij met hen om moeten gaan. Het houdt in dat wij hen moeten laten zien dat zij belangrijk zijn. Iets dat wij kunnen doen op ten minste drie manieren. Namelijk (1) door hen actief te betrekken bij onze geloofshandelingen (zoals aanbidding, het avondmaal enzovoort). (2) Door open te staan voor hun inbreng in situaties en (3) door simpelweg beleefd tegen hen te zijn. Hieronder volgen uitweidingen en voorbeelden hiervan.
Kinderen actief betrekken bij onze geloofshandelingen 
Het eerste voorbeeld van kinderen actief betrekken bij onze geloofshandelingen luidt dat wij weer overgangsrituelen kunnen instellen. Omdat kinderen hier een enorme behoefte aan hebben. Overgangsrituelen geven kinderen namelijk een sterker gevoel dat zij bij de geloofs­gemeenschap horen. En dat zij volwassen worden.[12] Geven gemeenschappen hun kinderen dit gevoel niet, dan verzinnen zij hun eigen overgangsrituelen, zoals Ramsey het beschrijft:
“We are a civilization without “puberty rites,” without “rites of passage,” without rituals, ordeals, or vigils that the young must pass through to demonstrate that they can now be accepted as men and women among the elders. […]
So our youngsters have devised their own initiation ceremonies. For boys and girls, no longer being a virgin is one such rite of passage. For girls, getting pregnant is another ritual certification that they have attained, by rite,  significance in their own right. This is all pitiful and very sad. Indeed, I would say that bloody female circumcision rites in primitive tribes were no more cruel than our customs.”[13]
Ramsey confronteert ons op een harde wijze met het feit dat kinderen en tieners deel uitmaken van verschillende gemeenschappen (zoals school, verenigingen en vriendengroepen). Welke allemaal hun eigen invloeden op hen uitoefenen. En allemaal hun eigen overgangsrituelen hebben. Deze overgangsrituelen zijn in het voorbeeld van Ramsey seksueel van aard, maar kunnen ook consumentistisch van aard zijn.[14] Als de kerk de grootste invloed wil hebben op haar kinderen en tieners. Dan moet zij hen een alternatief bieden voor de overgangsrituelen die de andere gemeenschappen hen bieden.
Hiernaast wijzen Csinos et al. er op dat in veel joodse feesten de kinderen een centrale rol spelen in de liturgie. Zo wordt bij het pesachfeest het verhaal over de ontsnapping uit Egypte niet verteld totdat het jongste kind in de familie ernaar gevraagd heeft.[15] Ook wij zouden kinderen een grotere rol kunnen geven rondom de feestdagen.
Openstaan voor de inbreng van kinderen
Een voorbeeld van het openstaan voor de inbreng van kinderen is het volgende verhaal. Steinke, vader van vier kinderen, vertelt dat op een dag zijn dochtertje Krista gevallen was. Zij stootte hierbij haar hoofd tegen een stenen picknickbankje en had een diepe wond in haar voorhoofd. Hierop gingen Steinke, zijn vrouw en hun drie andere kinderen met haar naar het ziekenhuis.
Nadat Krista daar behandeld was, zaten zij allen in de auto terug naar huis, toen één van de kinderen riep “laten we een feestje vieren!” Het idee sloeg aan onder de kinderen, maar Steinke en zijn vrouw poogden hun enthousiasme te temperen, omdat zij vonden dat Krista rust nodig had. Maar op een gegeven moment stond Steinke erbij stil dat de kinderen hiermee eigenlijk zeiden: “Onze zus had eerst een open wond en is nu weer dichtgenaaid, en zij huilde eerst, maar lacht nu. Reden voor een feest.” Hierop besloten Steinke en zijn vrouw om dan maar een feestje te houden met popcorn en limonade.[16]
We zien hierin terug dat Steinke en zijn vrouw bereid waren om van hun kinderen te leren hoe zij met de situatie omgingen. En om deze manier van omgaan met de situatie over te nemen. Iets dat wij wanneer wij met kinderen in de kerk omgaan soms ook moeten doen.
Eerder zagen we ook al dat ook kinderen een bediening hebben. Ook hierin moeten wij kinderen soms de ruimte durven geven. Dit kan meer ruimte zijn dan dat wij comfortabel vinden. Maar het kan kinderen stevig grondvesten in de kerk. Tevens blijkt uit het verhaal over het kind dat de rouwende man troostte, en ook uit het verhaal over Steinke en diens gezin, dat kinderen zaken soms op een wijzere manier bekijken en afhandelen als wij volwassenen. En daardoor een zeer positieve inbreng kunnen hebben.
Beleefd zijn tegen kinderen
Naast het verwelkomen van de inbreng van kinderen kunnen wij ook simpelweg beleefd tegen hen zijn. Hunter stelt dat kinderen ook al weten dat zij ertoe doen als gemeenteleden hen simpelweg begroeten met hun naam en hen de ruimte geven om zich uit te drukken.[17] Cully gaat zelfs zo ver dat zij stelt dat de manier waarop mensen met kinderen omgaan in sociale situaties een graadmeter is waaraan wij kunnen zien in hoeverre kinderen als volwaardige leden worden gezien. Waarbij als mensen vriendelijk glimlachen naar kinderen of hen begroeten, zij hen zien als volwaardige leden, maar dat helaas sommigen kinderen bewust vermijden, negeren en zien als staande in de weg.[18]
Hoe wij met kinderen als de toekomstige gemeenteleden moeten omgaan 
Dat wij kinderen moeten zien als de toekomst heeft zijn implicaties voor hoe wij met hen om moeten gaan. Het betekent dat wij hen hierop moeten voorbereiden. Een grote uitdaging, als wij bedenken dat wij niet weten hoe de toekomst eruit ziet.
Desondanks hangt er een zeer sterke urgentie aan de voorbereiding van kinderen op de toekomst. Uit onderzoek blijkt namelijk dat 80% van de christenen Jezus hebben geaccepteerd in hun leven voor zij 18 jaar oud werden. Eubanks stelt met betrekking hiertoe dat veel christenen de verkeerde vraag stellen. Zij vragen zich af “How young is too young [red: om iemand tot bekering te brengen]?” terwijl zij zich af moeten vragen “How old is too old [red: om iemand tot bekering te brengen]?”.[19] Het blijkt namelijk moeilijk om volwassenen te bereiken.
Daarom wil ik in ieder geval een paar praktische manieren benoemen waarop wij kinderen op de toekomst kunnen voorbereiden. In ieder geval kunnen wij kinderen voorbereiden op de toekomst door hen al als volwaardige gemeenteleden te zien. Als zij zich als kinderen thuis voelen in de kerk, zullen zij zich dat op latere leeftijd waarschijnlijk ook voelen. Een aantal praktische toevoegingen hierop volgen hieronder.
Zondagsschool
De eerste hiervan wordt indirect door Csinos et al. aangeraden, en luidt dat wij buiten de kaders van het huidige (19e-eeuwse) zondagschoolsysteem moeten denken. We moeten volgens hen niet al ons vertrouwen leggen in wat zij noemen de liturgie van het klaslokaal. Maar meer vertrouwen hebben in de liturgie van de kerk. En in de catechetische methode, waarmee in de vroege kerk pasgelovigen kennismaakten met het geloof.[20] Daarmee kunnen wij kinderen de nodige basiskennis geven, waarop hun kennis verder kan groeien wanneer zij ouder zijn. Ook kunnen wij op andere manieren de huidige zondagsschoolmethodiek aan­passen zodat deze kinderen beter voorbereid op de toekomst.
De bedieningen van kinderen
Zoals eerder opgemerkt hebben kinderen ook een bediening. Het is goed om in deze bedieningen te investeren. Als een kind bijvoorbeeld een muziekinstrument bespeelt, of goed kan zingen. dan zou een gemeenschap kunnen besluiten om het kind een keer een optreden te laten geven. Niet alleen betrekt men kinderen op deze manier bij de gemeenschap, maar men bereidt hen ook nog eens voor op een eventuele toekomst (in dit voorbeeld in de muziek).
Kinderen laten helpen
Wanneer wij als volwassenen kinderen de mogelijkheid bieden om te helpen met verschillende taken in de gemeente. Zoals jongere kinderen leiden, werken met de beamer voor de muziek, helpen met de techniek, enzovoorts, dan leren kinderen veel over hoe de gemeente in elkaar steekt en hoe bepaalde dingen moeten. Deze kennis kunnen zij in de toekomst dan ook toepassen. Bijvoorbeeld door de taak zelf uit te voeren, of door anderen daarin te begeleiden. Hiernaast heb ik uit eigen ervaring als zondagsschoolleider geleerd dat kinderen zich hierdoor meer betrokken voelen bij de gemeenschap. En ook meer gewaardeerd.
Conclusie
Over kinderen als deel van de gemeenschap, kunnen wij het volgende zeggen:
• De houding die Jezus aanneemt tegenover de kinderen, doet het appél aan ons om na te denken over hoe wij hen moeten zien. En hoe wij met hen om moeten gaan.
• Kinderen zijn een geschenk van God om wie zij zijn, want:
◦ Zij behoren aan God toe, en hij gaf ze aan ons
◦ Zij zijn mede-erfgenamen van de aflossing die Jezus voor ons betaalde
◦ Zij zijn deel van het koninkrijk van God en bij hun opdraging ook als zodanig door de gemeenschap verwelkomd
◦ Zij hebben een bediening, en hebben soms een kijk op zaken waar wij als volwassenen van zouden kunnen leren
• Kinderen zijn ook een geschenk van God om wie zij zullen worden, want God heeft een toekomst voor hen. En wij bereiden hen voor, al weten wij die toekomst niet.
• Wij moeten met kinderen als medegelovigen omgaan op de volgende manieren:
◦ Door hen te betrekken bij onze geloofshandelingen
◦ Door open te staan voor hun inbreng in situaties
◦ Door simpelweg beleefd tegen hen te zijn
• Zodoende bereiden wij hen ook voor op de toekomst, hiernaast kunnen wij ook de volgende dingen doen om hen op de toekomst voor te bereiden:
◦ De klassieke zondagsschoolmethode loslaten, danwel aanpassen, zodat deze de kinderen beter voorbereidt op de toekomst.
◦ Investeren in zichtbare bedieningen van kinderen
◦ Kinderen de gelegenheid bieden om te helpen met verschillende taken in de gemeente.
• Kinderen voorbereiden op de toekomst is een urgente zaak. Want veruit de meeste christenen hebben zich voor hun achttiende levensjaar bekeerd tot het geloof.

Geschreven door Fabian Eikelboom

[1] Csinos et al., “Where are the children? Keeping sight of young disciples in the emerging church movement”, Family and Community Ministries, 23.4 (2010), pp. 10-11, 16-17
[2] G. Dekker & H.C. Stoffels, Godsdienst en samenleving: Een introductie in de godsdienstsociologie, Kampen (20098), p. 47
[3] E.M. Hunter, “Meeting Jesus with young children: accompanying the youngest members into the Christian community”, Word & World, 29.2 (2009), p. 170
[4] I.V. Cully, “A Theology of Children”, Review & Expositor, 80.2 (1983), p. 202
[5] E.M. Hunter, “Meeting Jesus with young children: accompanying the youngest members into the Christian community”, pp. 174-175
[6] I.V. Cully, “A Theology of Children”, p. 201
[7] Idem, pp. 204-206
[8] Idem, pp. 207-209
[9] Idem, p. 209
[10] J. Gundry-Volf, ““To Such as These Belongs the Reign of God”, Jesus and Children”, Theology Today, 56.4 (2000), pp. 478-479
[11] vgl. I.V. Cully, “A Theology of Children”, p. 207. Cully stelt hier dat zij die deel zijn van het koninkrijk van God vertrouwen hebben in de toekomst die God biedt.  Dit geldt ook voor kinderen. Dus kunnen hun ouders dit vertrouwen ook hebben.
[12] Csinos et al., “Where are the children? Keeping sight of young disciples in the emerging church movement”, p. 16
[13] P. Ramsey, “Do You Know Where Your Children Are?”, Theology Today, 36.1 (1979), pp. 10-11
[14] vgl.: J.A. Mercer, Welcoming Children: A Practical Theology of Childhood, Danvers, MA (2005), p. 174
[15] Csinos et al., “Where are the children? Keeping sight of young disciples in the emerging church movement”, p. 12
[16] P.L. Steinke, “The Child Models the Kingdom”, Currents in Theology and Mission, 6.3 (1979), p. 152
[17] E.M. Hunter, “Meeting Jesus with young children: accompanying the youngest members into the Christian community”, p. 174
[18] I.V. Cully, “A Theology of Children”, p. 209
[19] L.L. Eubanks, “Mark 10:13-16”, Review and Expositor, 91.3 (1994), pp. 404-405
[20] Csinos et al., “Where are the children? Keeping sight of young disciples in the emerging church movement”, pp. 11, 13-15

Comments are closed.